Ieder mens krijgt informatie binnen via de zintuigen. Als er ergens brand is bijvoorbeeld, dan ruik je gevaar. Die waarneming gaat vervolgens naar je brein. Maar hoe het brein de informatie verwerkt, hoe iemand reageert, verschilt per mens. Neurodiversiteit noemen we dat. Bij onze leerlingen is het lastig in te schatten hoe hun brein werkt en hoe ze met informatie omgaan. Om te achterhalen welke ondersteuning voor een leerling passend is, heb je een nieuwsgierige en onderzoekende houding nodig.
Omdat elk brein informatie verwerkt op een andere manier is het belangrijk dat hetgeen je als leerkracht probeert over te brengen, aansluit bij een leerling. Iemand die visueel is ingesteld, heeft baat bij visuele ondersteuning. Ook is het belangrijk geen aannames te doen. We zijn geneigd om, op basis van eventueel gestelde diagnoses, te weten hoe het mogelijk bij een kind werkt en dan kun je de plank behoorlijk misslaan. Dacht men vroeger dat iemand met autisme weinig gevoel heeft, blijkt nu dat deze mensen juist heel gevoelig kunnen zijn. Ze ervaren het zonder het soms te kunnen verwoorden of weten niet altijd hoe ze met die gevoelens om moeten gaan en kunnen moeilijk verstaanbaar gedrag vertonen. Als leerkracht moet je daarom niet uitgaan van wat je ziet, maar de vraag stellen om te onderzoeken wat maakt dat de leerling zich zo uit.
Natuurlijk gaat het ook om het bieden van veiligheid. Leerlingen kunnen informatie missen of leerlingen komen bij ons met faalervaringen. Dan hebben ze het nodig dat ze zich gehoord of gezien voelen. Door te doen wat je zegt en te zeggen wat je doet, win je vertrouwen. Je bent voorspelbaar. Iemand met autisme verwerkt informatie gefragmenteerd en heeft niet in iedere situatie het juiste overzicht. Hoe meer ik afstem op de leerling en hoe duidelijker ik de omgeving schets en vertel wat ze kunnen verwachten, des te veiliger hij of zij zich voelt.
Dat ik samen met mijn collega’s de puzzel mag leggen om ervoor te zorgen dat een leerling zich kan ontwikkelen op een manier die hem past, dat is het mooiste dat er bestaat.
Arlette Zoon
Een mooi voorbeeld daarvan is één van onze leerlingen, een jongen van bijna twee meter. Hij vond het lastig om in een klas te functioneren. De dynamische setting was spannend voor hem. Een omgeving op maat door hem in het lokaal een afgebakend plekje met twee schotten achter in de klas te geven, door hem voortdurend te vertellen wat hij kon verwachten en door coaching gesprekken te voeren, konden wij hem beter begrijpen en daardoor beter aansluiten bij zijn ondersteuningsbehoeften. Nu hij in de bovenbouw zit, moest hij, met het oog op de uitstroom middels groepsstage, juist weer vertrouwd raken met situaties búíten de klas. Ook dat is gelukt. Hij loopt stage in een grote kringloopwinkel waar hij tassen en riemen sorteert, iets wat zijn moeder nooit had durven dromen, en durft hij zich steeds meer open te stellen. En ja, dat doet iets met mij. Dat ik samen met mijn collega’s de puzzel mag leggen om ervoor te zorgen dat een leerling zich kan ontwikkelen op een manier die hem past, dat is het mooiste dat er bestaat.